Een jenaplanschool is een gemeenschap van kinderen, ouders en leerkrachten. Kinderen krijgen er, naast de reguliere vakken als taal, rekenen en wereldoriëntatie, veel tijd en aandacht voor hun persoonlijke ontwikkeling. We hanteren daarbij de basisprincipes van jenaplanonderwijs, die we in een eigentijds jasje hebben gestoken. Onze visie op jenaplanonderwijs en hoe dat in de praktijk werkt, is terug te vinden in de kernkwaliteiten, kwaliteitskenmerken en basisactiviteiten.

Alle ruimte voor de toekomst

Kiezen voor jenaplanschool Zuiderkroon is kiezen voor toekomstgericht onderwijs. Stichting Robijn beschrijft in haar onderwijsvisie dat een leerkracht een ondersteunende en coachende rol heeft. Leerlingen leren vooral door te doen en te ervaren. Ze krijgen procesgericht onderwijs met moderne middelen, dat aansluit bij de behoeften van leerlingen, ouders en leerkrachten en de eisen van de huidige en toekomstige samenleving. Dit wordt ook wel 21st century skills genoemd, een verzamelterm voor competenties die belangrijk zijn in de huidige en toekomstige kennis- en netwerksamenleving.

Kernkwaliteiten jenaplanonderwijs

Het jenaplanonderwijs gaat ervan uit dat elk mens uniek is en het recht heeft om een eigen identiteit te ontwikkelen. Daar zijn relaties bij nodig: de relatie met jezelf, met anderen en met de wereld. Daarom zitten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in een stamgroep. Zo leren ze van elkaar en leren ze voor elkaar te zorgen. Iedere dag is er tijd voor gesprek, spel, wereldoriëntatie, werk en viering.

Om het belang van deze relaties in het jenaplanonderwijs te borgen, zijn twaalf kernkwaliteiten benoemd. Wij hebben de leeromgeving zo ingericht, dat deze kwaliteiten ook worden gerealiseerd.

Relatie van het kind met zichzelf

  • Kinderen leren kwaliteiten en uitdagingen zelf te benoemen en in te zetten, zodat dat zij zich competent kunnen voelen.
  • Kinderen leren zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor wat zij willen en moeten leren, wanneer zij uitleg nodig hebben en hoe zij een plan moeten maken.
  • Kinderen worden beoordeeld op de eigen vooruitgang in ontwikkeling.
  • Kinderen leren te reflecteren op hun ontwikkeling en daarover met anderen in gesprek te gaan.

Relatie van het kind met anderen en het andere

  • Kinderen ontwikkelen zich in een stamgroep met kinderen van verschillende leeftijden.
  • Kinderen leren samenwerken, hulp geven en ontvangen met andere kinderen en daarover van gedachten te wisselen.
  • Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen en mee te beslissen over het harmonieus samenleven in de stamgroep en school, zodat iedereen tot zijn recht komt en zich prettig voelt.

Relatie van het kind met de wereld

  • Kinderen leren dat wat ze doen relevant is en leren in levensechte situaties.
  • Kinderen leren zorg te dragen voor de omgeving.
  • Kinderen passen binnen wereldoriëntatie de inhoud van het schoolaanbod toe om de wereld te leren kennen.
  • Kinderen leren spelend, werkend, sprekend en vierend volgens een ritmische dagelijkse planning.

Kinderen leren initiatieven te nemen

Basisactiviteiten jenaplanonderwijs

De kwaliteitskenmerken van het jenaplanonderwijs komen op onze school dagelijks terug in vijf basisactiviteiten.

Gesprek

Gesprekken vinden meestal plaats in de kring. Daarin is iedereen gelijk. Tijdens deze kringgesprekken leren de kinderen zich sociaal te gedragen, hun mening te geven, duidelijk te formuleren, te luisteren, te wachten op hun beurt en om te gaan met kritiek. Hierdoor ontwikkelen de kinderen een positief zelfbeeld, staan ze kritisch tegenover verstrekte informatie en kunnen ze voordeel halen uit de inbreng van anderen. De kringgesprekken worden meestal geleid door een ‘regelaar’. Elke leerling is een keer de regelaar.

Er zijn verschillende soorten kringen, met elk een ander doel:

  • Vertelkring: kinderen kunnen vrij vertellen
  • Leeskring: een kind vertelt over een boek
  • Spreekbeurtkring: een kind bereidt een onderwerp voor en presenteert dit in de groep
  • Mediakring: kinderen praten of discussiëren over een onderwerp uit het nieuws, de krant of een tijdschrift
  • Spelletjeskring: een kind bereidt een kringspel voor, legt het uit en begeleidt het
  • Muziekkring: kinderen vertellen iets over muziek en komen zo in contact met verschillende soorten muziek en muziekstromingen
  • Sociale kring: sociale gebeurtenissen in de klas, bijvoorbeeld een ruzie of afwijkend gedrag, worden samen besproken en samen gezocht naar mogelijke oplossingen

Werk

Het werk wordt gedaan in het blokuur. Dit is het moment dat de kinderen in de stamgroep (klas) met de vakken als rekenen, taal, lezen en schrijven, bezig zijn. In de onderbouw zijn de kinderen bezig met bouwen, puzzelen, fantasiemateriaal, creatief materiaal, constructiemateriaal en dergelijke. De kinderen hebben al deze vaardigheden en technieken nodig om zich in de wereld te kunnen oriënteren en om hun talenten te ontwikkelen.

Elke dag kunnen de kinderen in de stamgroep instructie krijgen over de taken waar ze aan gaan werken. Voor de lessen in kennisvakken, zoals rekenen, spelling, begrijpend lezen e.d., worden de leerlingen opgesplitst in groepen van hetzelfde niveau. Als ze vervolgens zelf met het geleerde aan de slag gaan, doen ze dat in de stamgroep tijdens het blokuur.

We leren de leerlingen zelf hun werk in te plannen. Ze werken dus zelfstandig, in hun eigen tempo en zijn verantwoordelijk voor hun eigen werk. Kinderen plannen naar eigen inzicht hun dag- en weektaken. Het plannen begint al in de onderbouw bij de jongste kinderen van de school, van kleine taakjes naar verschillende werkjes. In de middenbouw plannen de kinderen hun taken voor de hele dag, terwijl de kinderen uit de bovenbouw werken met dag- en weektaken. Bij de overgang naar het voortgezet onderwijs hebben de leerlingen veel baat bij hun zelfstandigheid en ervaring met het plannen van hun werk.

Wereldoriëntatie

Tijdens wereldoriëntatie zijn de leerlingen ontdekkend en onderzoekend bezig. Vaak doen ze dit in de vorm van projecten, waarbij de volgende thema’s centraal staan:

  • Seizoenen en jaarlijkse feesten
  • Maken en gebruiken: werk, consumptie en duurzaamheid
  • Mijn leven: het eigen ik, het mens-zijn, ‘grote mensen’
  • Techniek: constructies, machines en werktuigen, omgaan met techniek
  • Samen leven: erbij horen, leefbaar samen en samen één wereld
  • Omgeving en landschap: de woonomgeving van mens en dier, de ruimtelijke omgeving en de aarde als woonplaats
  • Communicatie: met de ander en in de natuur

Bij wereldoriëntatie is er ook aandacht voor ‘tijd en ruimte’, waarbij onder andere geschiedenis en topografie aan de orde komen. Bij het werken aan projecten sluiten we zo veel mogelijk aan bij het ‘ervaringsgericht onderwijs’. Er wordt hierbij vooral gekeken naar wat de kinderen motiveert en prikkelt om door te gaan en verder te zoeken. Wij vinden het belangrijk dat ze daarbij met elkaar leren, van elkaar leren en kennis doorgeven aan elkaar. Zo stimuleren we de kinderen om alleen of samen iets te onderzoeken, dit met elkaar te bespreken en oplossingen te bedenken. Veel projecten worden afgesloten met een presentatie en/of een tentoonstelling.

Spel

Spel is een uitstekende leersituatie. Spel gebruiken de leerlingen bijvoorbeeld om aan anderen te laten zien wat hen bezighoudt. Dat kan door toneelspelen, zingen, dansen en het geven van een presentatie. Het spel spreekt de creativiteit van de kinderen aan en brengt ze letterlijk in beweging. Ook de gymlessen maken onderdeel uit van de basisactiviteit spel.

Viering

Vieringen zijn hoogtepunten in het leven op onze school. Alle traditionele feesten, zoals Sinterklaas, Kerst, carnaval en Pasen, worden uitgebreid gevierd. En natuurlijk ook de verjaardagen van de kinderen.
Daarnaast zijn er de weeksluitingen. Hiermee sluiten we vaak met alle kinderen van de school de week af. Meestal verzorgen de kinderen uit een stamgroep optredens tijdens de weeksluiting. Deze optredens bestaan uit dans, toneel, muziek, gedichten en dergelijke. Regelmatig hebben we speciale vrije weeksluitingen. Dan kan iedereen die dat wil zich aanmelden. Leerlingen kunnen dan met kinderen uit alle groepen samenwerken. De kinderen vinden het erg leuk als ouders en andere familieleden komen kijken naar deze weeksluitingen.

In vieringen komt niet alleen dolle pret voor, maar ook ademloze stilte. Samen treuren, inleven, elkaar troosten, meeleven bij verdriet vormen bijzondere momenten in de stamgroep.