Basisactiviteiten

Om de kwaliteitskenmerken een plaats te geven in ons onderwijs, hebben wij vijf basisactiviteiten;

  1. Gesprek
  2. Werk
  3. Wereldoriëntatie
  4. Spel
  5. Viering

Gesprek
Gesprekken vinden meestal plaats in de kring. In de kring is iedereen gelijk. In deze kringgesprekken leren de kinderen zich sociaal te gedragen, hun mening te geven, duidelijk te formuleren, te luisteren, te wachten op hun beurt en om te gaan met kritiek. Hierdoor ontwikkelen de kinderen een positief zelfbeeld, staan ze kritisch tegenover verstrekte informatie en kunnen ze voordeel halen uit de inbreng van anderen. De kringen worden meestal geleid door een ‘regelaar’.  Elk kind is een keer de regelaar.

Er zijn verschillende soorten kringen, met elk een ander doel:

  • Vertelkring: Kinderen kunnen vrij vertellen
  • Leeskring: Een kind verteld over een door hem of haar gelezen boek
  • Spreekbeurtkring: Een kind bereidt een onderwerp voor en presenteert dit in de groep
  • Mediakring: Kinderen praten / discussiëren over een onderwerp uit het nieuws, de krant of een tijdschrift
  • Spelletjeskring: Een kind bereidt een kringspel voor, legt het uit en begeleidt het
  • Muziekkring: Kinderen vertellen iets over muziek en komen zo in contact met verschillende soorten muziek en muziekstromingen
  • Sociale kring: Sociale gebeurtenissen in de klas, bijvoorbeeld ruzies of afwijkend gedrag) worden besproken en samen wordt gekeken naar mogelijke oplossingen.

Werk
Het werk vindt plaats in het blokuur. Dit is het moment dat de kinderen in de stamgroep (klas) met de vakken als rekenen, taal, lezen en schrijven, bezig zijn. In de onderbouw zijn de kinderen bezig met bouwen, puzzelen, fantasiemateriaal, creatief materiaal, constructiemateriaal en dergelijke. De kinderen hebben al deze vaardigheden en gereedschappen nodig om zich in de wereld te kunnen oriënteren en om hun talenten te ontwikkelen.

Iedere dag kunnen de kinderen in de stamgroep instructie krijgen over de taken waaraan ze moeten werken. Voor de lessen in kennisvakken, zoals rekenen, spelling, begrijpend lezen e.d., worden de leerlingen opgesplitst in groepen van hetzelfde niveau. Als ze vervolgens zelf met het geleerde aan de slag gaan doen ze dat in de stamgroep tijdens het blokuur.

We leren de kinderen hun werk zelf te plannen. Ze werken dus zelfstandig, in hun eigen tempo en zijn verantwoordelijk voor hun eigen werk. Kinderen plannen naar eigen inzicht hun dag- en weektaken. Het plannen begint al in de onderbouw, bij de jongste kinderen van de school, van kleine taakjes naar meerdere werkjes. In de middenbouw plannen de kinderen hun taken voor de hele dag, terwijl de kinderen uit de bovenbouw werken met dag- en weektaken. Bij de overgang naar het voortgezet onderwijs hebben de kinderen veel baat bij hun zelfstandigheid en ervaring met het plannen van hun werk.

Wereldoriëntatie
Tijdens wereldoriëntatie zijn de kinderen ontdekkend en onderzoekend bezig. Vaak doen ze dit in de vorm van projecten, waarbij de volgende thema’s centraal staan:

  • Jaargetijden en jaarlijkse feesten
  • Maken en gebruiken: werk, consumptie en duurzaamheid
  • Mijn leven: het eigen ik, het mens-zijn, “Grote mensen”
  • Techniek: constructies, machines en werktuigen, omgaan met techniek
  • Samen leven: erbij horen, leefbaar samen en samen één wereld
  • Omgeving en landschap: de woonomgeving van mens en dier, de ruimtelijke omgeving en de aarde als woonplaats
  • Communicatie: met de ander en in de natuur

Daarnaast is er bij wereldoriëntatie aandacht voor tijd en ruimte, waarbij onder andere geschiedenis en topografie aan de orde komen. Bij het werken aan projecten sluiten we zo veel mogelijk aan bij het Ervaringsgericht Onderwijs. Er wordt hierbij vooral gekeken naar wat de kinderen motiveert en prikkelt om door te gaan en verder te zoeken. Wij vinden het belangrijk dat ze daarbij: met elkaar leren, van elkaar leren en kennis doorgeven aan elkaar. Zo stimuleren we de kinderen om alleen of samen iets te onderzoeken, dit met elkaar te bespreken en oplossingen te bedenken. Veel projecten worden afgesloten met een presentatie en/of een tentoonstelling.

Spel
Spel is een uitstekende leersituatie. Spel gebruiken de kinderen onder andere om aan anderen te laten zien wat hen bezighoudt. Dat kan door toneelspelen, zingen, dansen en het geven van een presentatie. Het spel spreekt de creativiteit van de kinderen aan en brengt ze letterlijk in beweging. Ook gymlessen zijn onderdeel van de basisactiviteit spel.

Viering
Vieringen zijn hoogtepunten in het leven op onze school. Alle feesten, zoals Sinterklaas, Kerst, carnaval en Pasen, worden uitgebreid gevierd. Net zoals de verjaardagen van de kinderen. Daarnaast zijn er de weeksluitingen. Hiermee sluiten we vaak met alle kinderen van de school de week af. Meestal verzorgen de kinderen uit een stamgroep de optredens tijdens de weeksluiting. Deze optredens bestaan uit dans, toneel, muziek, gedichten en dergelijke. Regelmatig hebben we speciale vrije weeksluitingen. Wie wil kan zich daarvoor aanmelden. De kinderen kunnen dan met kinderen uit alle groepen samenwerken. De kinderen vinden het erg leuk als u als ouder komt kijken naar deze weeksluitingen.

In vieringen komt dolle pret voor, naast ademloze stilte. Samen treuren, inleven, elkaar troosten, meeleven bij verdriet. Dit zijn mooie en warme momenten in de stamgroep.